 |
|
 |
 |

 |
 |
| Wat is rabiës ? |
|
 |
Rabiës (hondsdolheid) is een zoönose die veroorzaakt wordt door een Lyssavirus van de familie van de Rhabdoviridae. Van dit virus zijn 7 genotypen bekend waarvan er 6 op de mens kunnen worden overgedragen. Het virus wordt overgebracht via het speeksel.
In Europa komt rabiës vooral voor bij wilde dieren als de vos en de vleermuis, maar in Afrika, Azië en Zuid-Amerika is de ziekte wijder verspreid en zijn ook veel honden besmet. Wereldwijd sterven jaarlijks ongeveer 50.000 mensen als gevolg van een rabiësbesmetting (bron: WHO). In Europa zijn menselijke slachtoffers vrij zeldzaam. De laatste jaren zijn mensen gestorven als gevolg van een rabiësbesmetting overgebracht door vleermuizen (Groot-Brittannië, 2002) of opgelopen in het buitenland of na contact met een besmet dier.
Zodra er symptomen zijn, is rabiës bij mensen en dieren altijd dodelijk. Binnen de 48 uur na infectie, dus voor het verschijnen van de eerste ziektetekens, moet een behandeling wordt ingezet. De incubatietijd is afhankelijk van de aard en de plaats van de beet, de diersoort die de beet heeft toegebracht en de hoeveelheid virus, maar bedraagt gemiddeld 20-60 dagen (met een spreiding van 5 dagen tot een jaar of langer). Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten rabiës:
| Rabies furiosa |
Rabies paralytica |
| Symptomen bij dieren |
- incubatietijd is 2 weken tot > 6 maanden
- rusteloosheid
- agressief, vijandig, bijterig
- verhoogde speekselproductie
- seksuele opwinding
- gebrul
- verlamming
- sterfte |
- doorzakken en zwaaien van de achterste delen van het dier
- schuw
- kwijlen en zeveren
- weigering voedsel
- staart wordt naar één zijde getrokken
- tenesmus of verlamming van de anus
- verlamming, dier valt op de grond
- sterfte na 48 uur |
|
 |
 |
| Situatie in Europa |
|
 |
In Europa vormen vossen het voornaamste reservoir van rabiës, bovendien zijn zij
ook een belangrijke vector. Besmette vossen kunnen door beten, krabben of likken
het virus overbrengen andere zoogdieren (inclusief de mens). De laatste decennia
heeft België verschillende golven van besmettingen gekend (zie figuur (PDF) ; bron:
Pasteur Instituut):
Eind jaren ’60 bestond de bestrijding van rabiës uit het doden van vossen om de populatiegrootte te beperken en verdere verspreiding van de ziekte te voorkomen. Deze methode bleek weinig effect te sorteren en was bovendien ethisch en ecologisch niet verantwoord.
In 1989 is België begonnen met de vaccinatie van vossen. Tussen 1989 en 1991 zijn er vijf vaccinatiecampagnes uitgevoerd op 10.000 km² besmet gebied. Hierdoor werd de incidentie sterk beperkt. Enkel in het zuiden van het land bleef een grensoverschrijdende besmet gebied voortbestaan. Daarom werden de vaccinatiecampagnes voortgezet langs de grenzen met Frankrijk, Luxemburg en Duitsland. Ondanks deze voortdurende en grootschalige vaccinaties heeft de ziekte zich toch opnieuw uitgebreid in noordelijke richting: in 1995 was nog een gebied van 3000 km² besmet verklaard. In 1996 werd de bestrijdingsstrategie aangepast: de verspreiding van lokazen met vaccins via de lucht werd aangevuld met de verdeling van lokazen op de grond. Deze nieuwe strategie en de internationale samenwerking op dit gebied bleek effectief: de laatste gevallen van rabiës dateren van 1998 (vos) en 1999 (rund). In 2001 werd België officieel vrij van rabiës verklaard en in 2003 werd de laatste vaccinatiecampagne uitgevoerd.
De buurlanden zijn, dankzij vaccinatie van hun vossenpopulatie, er eveneens in geslaagd om de ziekte uit te roeien. Enkel Duitsland heeft in de periode 2005-2008 een heropflakkeren van de ziekte gekend in Hessen en nadien in Rheinland-Pfalz en Baden-Württemberg, mogelijk door een gebrekkige uitvoering van de vaccinatie. Deze uitbreiding is ondertussen onder controle gebracht dankzij het intensifiëren van de vaccinatie van de vossen.
Elders in Europa is rabiës nog een levensgroot probleem in vooral de voormalige Oostbloklanden. Daar wordt de ziekte niet enkel vastgesteld bij vossen, maar ook bij andere wilde carnivoren zols de wasbeerhond. Daar probeert de Europese Commissie de bestrijding te versterken door het ondersteunen van de diverse bestrijdingsprogramma's die de autoriteiten van deze landen hebben opgestart.
In veel Europese landen zijn bovendien gevallen van rabiës bij vleermuizen vastgesteld. In België lijkt deze piste minder evident: daar bleken alle 77 analyses die tussen 1989 en 2003 werden uitgevoerd, negatief (bron: Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid). De rabiësvirussen waarmee vleermuizen besmet kunnen zijn, zijn van een ander genotype dan het klassieke rabiësvirus, maar kunnen ook worden overgedragen op de mens.
|
 |
 |
| Situatie in België |
|
 |
Maatregelen in België
In verband met rabiës zijn de volgende maatregelen van kracht ten zuiden van de Samber en de Maas:
- |
Elke hond die zich bevindt op de openbare weg of in een openbare plaats of in velden of bossen, moet voorzien zijn van een halsband met plaat waarop de volledige naam en het adres van de eigenaar vermeld zijn. |
- |
Honden moeten op kosten van de eigenaar worden ingeënt door een erkende dierenarts; na vaccinatie ontvangt de eigenaar een vaccinatiecertificaat en wordt de vaccinatie ingeschreven in het paspoort van het betreffende dier.. |
Honden die mee gaan kamperen op gelijk welke plaats in België moeten voorzien zijn van een halsband met identificatieplaatje en dienen gevaccineerd te zijn.
De maatregelen staan gedetailleerd beschreven in het KB van 10/02/1967 en het MB van 23/02/1967.
Preventie in België
België is sinds 2001 officieel vrij van rabiës. De kans om in ons land besmet te raken is daarom erg klein. Rabiës komt echter nog veel voor in andere landen, in Europa en vooral buiten Europa.Het risico dat de ziekte opnieuw geïntroduceerd wordt, mag dus niet onderschat of geminimaliseerd worden.
Eind 2007 en begin 2008 werden in ons land twee gevallen van rabiës vastgesteld. In beide gevallen werd een besmette hond, die geen symptomen vertoonde, illegaal ingevoerd vanuit Marokko. Toen maanden later de symptomen zichtbaar werden, moesten een noodvaccinatie en een antiserum worden toegediend aan in totaal bijna 100 mensen. Mede dank zij de alertheid van de betrokken dierenartsen en het snelle optreden van alle diensten (FAVV en de diensten voor volksgezondheid van de federale overheid en de Gemeenschappen) vielen daarbij gelukkig geen doden te betreuren. In dat kader heeft het FAVV in juni 2009 een brief (PDF) overgemaakt aan alle burgemeesters in het land, waarin op het risico van dergelijke illegale invoer gewezen wordt.
Indien u met uw hond of kat naar het buitenland reist, moet uw dier ingeënt zijn tegen rabiës. Dit is om te voorkomen dat uw hond of kat besmet zou raken, na contact met een geïnfecteerd dier in het buitenland.
Honden of katten die vanuit andere landen worden ingevoerd moeten volgens de voorschriften gevaccineerd zijn. De meeste gevallen van rabiës bij honden in de ons omringende landen, betreffen illegaal ingevoerde dieren uit landen waar rabiës veel voorkomt en waar geen vaccinatieplicht geldt (o.a. Marokko). Deze gevallen betekenen een groot gevaar voor de mensen en dieren in de omgeving van het besmette dier.
Aangezien rabiës nog voorkomt bij in het wild levende dieren in buurland Duitsland, moeten de honden in het deel van België waar het risico op herintroductie van het virus het grootst is, ook gevaccineerd worden tegen rabiës. Deze vaccinatieplicht geldt in het gebied ten zuiden van de Samber en de Maas.
Ook honden die mee gaan kamperen, waar dan ook in België, moeten tegen rabiës gevaccineerd zijn, omdat er bij het kamperen meer kans is op contact met in het wild levende dieren.
Samengevat: vaccinatie tegen rabiës is verplicht voor :
- |
alle honden in het gebied ten zuiden van de Samber en de Maas; |
- |
honden die mee gaan kamperen op gelijk welke plaats in België; |
- |
honden, katten en fretten die van of naar andere landen worden vervoerd. |
|
 |
 |
| Vaccinatie van vossen |
|
 |
Het doel van de vaccinatie van vossen is om een zodanig percentage van de vossenpopulatie te immuniseren (80%) dat de ziekte niet meer in stand kan worden gehouden. Het is praktisch onmogelijk om alle vossen te beschermen door vaccinatie.
De vaccinatiecampagnes worden georganiseerd in het voorjaar en in de herfst tot tenminste twee jaar na het laatste geval van rabiës. Tijdens deze campagnes worden lokazen op basis van vismeel en voorzien van een dosis vaccin verspreid in het gebied waar de vossen leven. Het merendeel van de lokazen wordt verspreid vanuit de lucht, met behulp van een helikopter. Aanvullend worden tijdens de zomer lokazen met de hand verdeeld in de bebouwde kom en bij gekende vossenholen. Volgens onderzoek moeten per vaccinatiecampagne ongeveer 15-20 lokazen per km² worden verspreid om een voldoende bescherming op te bouwen. De lokazen moeten binnen een beperkt aantal dagen (afhankelijk van het type vaccin) worden opgegeten, daarna verliest het vaccin zijn werkzaamheid.
Na de vaccinatiecampagnes worden testen gedaan om de beschermingsgraad van de vossen te meten. Hiervoor werden de botten van geschoten vossen getest op de aanwezigheid van de markerstof tetracycline die toegevoegd was aan de lokazen met vaccin.
In België zijn vaccinatiecampagnes uitgevoerd van 1989 tot 2003. |
 |
 |
| Wetgeving |
|
 |
 |
| Persberichten |
|
 |
 |
| Nuttige links |
|
 |
De onderstaande website geven meer informatie over rabiës :
|
|
 |
 |